Een hete dag met de Krijger
Vorige week gaf ik aan een doorlopende mannengroep een hele dag over het Archetype van de Krijger. Het was al warm die dag, en het werd nog veel heter. De rauwe oerkracht, woede en frustratie die is losgekomen, was zeer helend omdat het op veilige wijze met elkaar uitgewisseld kon worden.
De Krijger die zijn hart niet verliest
Het archetype van de Krijger, zoals het beschreven wordt in het boek Koning, Krijger, Magiër, Minnaar, gaat over de man die handelt vanuit moed, discipline en toewijding aan iets dat groter is dan hijzelf. De Krijger is geen agressieve vechtersbaas. Hij is degene die helder weet waar hij voor staat en die bereid is daarvoor in actie te komen. In onze cultuur is dat beeld vaak vervormd geraakt. ‘Wees een man’ is een eis die veel verwarring geeft. In de conventionele definities van mannelijkheid wordt in onze cultuur, media en de meeste mannengroepen de nadruk gelegd op kracht, agressie, boosheid en succes veroveren. Echte mannelijke kracht ontstaat wanneer bewustzijn, moed, integriteit, kwetsbaarheid, compassie en daadkracht samengaan.
Waar schaamte de Krijger verlamt
Om die kracht te ontdekken is een reis nodig van heelwording en bewustwording, van verband leggen tussen heden en verleden. Mannen moeten hun gevecht naar binnen verplaatsen, in zichzelf, en het niet meer extern zoeken in verleidingen of verslavingen. Daar komen mannen vaak hun schaamte tegen. Het is de emotie die ze ervan weerhoudt om hulp te vragen, om zich kwetsbaar op te stellen, en om de angst voor falen aan te kijken in plaats van zich te vermannen. Schaamte kan leiden tot verdoving van gevoelens en emotionele afsluiting, en uiteindelijk tot agressie.
Mijn eigen weg terug naar gevoel
Ik ken die afsluiting ook van binnenuit. Toen ik klein was trof ik een vader die veel afwezig was, bezig met zijn werk en buitenshuis. In zijn afwezigheid steunde ik mijn moeder door zijn plek in te nemen. Gaandeweg kregen mijn ouders relatieproblemen, tot zij scheidden toen ik zeven was. We woonden toen in Meerle, in Vlaanderen. Een paar jaar later verbrak mijn vader elk contact, en zo werd ik mijn moeders steun en toeverlaat. Van binnen voelde ik: papa, hoe kun je me nu zo laten zitten.
Mijn reis van jongen naar man kenmerkt zich door verlatenheid en eenzaamheid. Ik sloot me op in mezelf en toonde geen gevoel. Pas op mijn zesentwintigste ging ik voorbij mijn trots en schaamte op zoek naar mijn vader, met hulp van cursussen Emotioneel LichaamsWerk. Eén voor één gingen de gesloten deurtjes weer open en begon ik te voelen wat jaren afgesloten was geweest.
Woede versus agressie
In Mannenwerk maak ik daarom altijd onderscheid tussen woede en agressie. Agressie is een aanval met een gesloten hart. Je zou kunnen zeggen dat agressie woede is die geen verbinding meer heeft met het hart en zich niet meer bekommert om de ander. Ongezonde woede komt vaak voort uit het gevoel beschaamd, bekritiseerd, afgewezen of niet gerespecteerd te zijn. Daartegenover staat gezonde woede, het hanteren van het schone zwaard. Dat zwaard snijdt naar de ander en evenzeer naar het eigen hart, anders kan de ander je woede niet aannemen. Het stelt grenzen en bewaakt de eigen ruimte, en zodra het in contact gebracht wordt met de ander, wordt het zeer functioneel.
Het schone zwaard hanteren in ‘Mooi Boos’
Met de groep zijn we die dag op zoek gegaan naar wat dat schone zwaard in de praktijk betekent. Wat is ‘Mooi Boos’ eigenlijk, zonder agressief of ‘over the top’ te worden? Samen kwamen we tot een aantal elementen:
Eerst de grond, dan de adem
Boosheid wijst niet naar wat de ander fout doet, maar wijst naar waar jouw grens zit. Zolang je de boosheid richt op iets buiten jezelf, mis je de gronding en de kracht die in jezelf ligt. Daarom begint Mooi Boos in het lichaam, in de buik, in de voeten op de grond, in de adem, en niet in het hoofd of in de redenering. Zonder die geaardheid blijft de energie hangen in het hoofd en komt er geen opbouw van kracht.
De neiging is om meer te zeggen, harder te worden, de ander te overladen met woorden of te gaan schreeuwen. Maar kracht zit juist in minder, gedragen door adem. Doorademen houdt het hart open, en een open hart maakt het verschil tussen een muur neerzetten of een grens stellen.
Respect voor de ander, niet begripvol
Je hoeft de ander niet te begrijpen of te vergeven om hem te respecteren. Respect is het minimum, je behandelt de ander als mens, ook als je boos bent. Compassie en begrip komen later, wellicht. Maar eerst is er de grens die gesteld moet worden.
Van slachtoffer naar Krijger
Er is ook een beweging van uithalen naar het opeisen van je verlangen. Uithalen is reactief, je slaat terug op wat de ander deed. Opeisen van verlangen is actief, je benoemt wat jij wilt of nodig hebt. Dat is de beweging van slachtoffer naar Krijger. De taal verschuift dan ook. Ik wil dat je me hoort, in plaats van jij luistert nooit. Niet ik ben boos op jou, maar ik ben boos voor mijn grens, voor mijn waarde, voor wat er toe doet. Boosheid wordt dan de bescherming van iets dat liefde verdient, in plaats van een aanval op de ander.
Je eigen strijd vechten
De Krijger vecht zijn eigen strijd, niet die van zijn vader of moeder, niet die van zijn systeem. Weet je waarvoor je staat? Als dat niet helder is, wordt woede al snel de strijd van iemand anders, oud zeer dat via jou spreekt. Daarom is dat ene moment van stilstaan zo belangrijk, vlak voordat je iets doet met de boosheid. Niet weglopen, niet inslikken, maar eerst landen en doorademen. En dan voelen over welke grens het gaat. Die paar seconden stilstaan is het verschil tussen reageren of antwoord geven.
Mooi Boos staat uiteindelijk in dienst van iets groters dan je ego of je pijn. Het beschermt wat je liefhebt, wat je belangrijk vindt of waaraan je wil bouwen. Zodra de boosheid geen hoger doel meer dient, is ze te persoonlijk geworden, en dan verliest de Krijger al snel zijn waardigheid.
Aanwezigheid als kern van nabijheid
Wat mij elke keer weer raakt is de paradox die hierin schuilt. Eerlijke, geaarde boosheid schept namelijk intimiteit. Het zegt aan de ander: ik ben hier, jij doet ertoe, genoeg om me te raken. Mannen die nooit boos worden, zijn er eigenlijk niet helemaal. Mooi Boos is aanwezigheid, en aanwezigheid is de kern van echte nabijheid of intimiteit.
Een vuur dat verbindt
Die dag met de mannengroep liet precies dat zien. Toen de mannen de ruimte kregen om bewust te razen en te tieren, met deze elementen als richting, ontstond er geen verdeeldheid of verwijdering maar juist contact. De hitte van die dag werd de hitte van iets dat eindelijk gevoeld en gedeeld mocht worden. Geen uitbarsting die mensen uiteendrijft, maar een vuur dat diepe verbinding brengt.
Wil je zelf ervaren wat het is om jouw innerlijke Krijger te ontmoeten met een open hart? Ook in het Jaarprogramma Mannelijk Meesterschap werken we hier structureel aan.